Boeken

In deze rubriek gaat het om boeken die geschreven zijn voor het publiek en voor vakprofessionals.

9AA-171111SissingBoekplaatje kopie
Afb Het Tienerbrein
Uitgever: Amsterdam University Press
Nederlandstalig
256 pagina’s
ISBN: 9789462987470
september 2017

Het Tienerbrein

De tiener: leuk, veelbelovend en soms wat lastig

Rond 24 november 2016 verscheen mijn boek Het tienerbrein. Over de adolescent tussen biologie en omgeving. En in september 2017 kwam er een publieksversie beschikbaar. Het boek gaat over de tiener … de tiener in zijn omgeving … de tiener met zijn brein. En de tiener in interactie met ouders, leraar of sportcoach. Ik beschrijf in het boek waarom het beter is om te spreken van adolescent of tiener en het woord puber liever niet meer te gebruiken. De tienertijd is vooral een periode van kansen en mogelijkheden. En de huidige adolescent is degene die na 2030 ons land en ons bedrijfsleven bestuurt, die bezig is met onze gezondheid en ons verzorgt en onze kleinkinderen zal onderwijzen. Laten we de adolescent-van-nu dan ook wat steun en inspiratie geven in het verwerven van de kennis en ervaringen die nodig zijn om in de-wereld-van-straks zijn weg te kunnen vinden. En inderdaad, natuurlijk moeten we open staan voor wat risico’s en bedreigingen want die zijn er ook.

“Een optimistische kijk op de kneedbaarheid van het tienerbrein en het jonge twintigersbrein.”
– Yvonne Groen. Gelezen, Neuropraxis, maart 2017

Uitgever: Neuropsych Publishers
Nederlandstalig
184 pagina’s
ISBN: 9789075579536
Niet meer leverbaar

Ellis en het verbreinen

Over hersenen, gedrag en educatie

Dit boek gaat uit van talent. Iedereen heeft het maar komt er niet altijd uit. Hoe kunnen nieuwe inzichten over het functioneren van de hersenen ertoe bijdragen dat kind en tiener zich optimaal ontwikkelen? Waarom is een kind soms niet vooruit te branden? Waarom presteren jongens en meisjes op school zo anders? Kunnen tieners hun vrijheid eigenlijk wel aan en zijn ze in staat om verantwoorde keuzen te maken?

“Zelden heb ik een populairwetenschappelijk boek gelezen dat zo inspirerend en toegankelijk is als dit.”
– Pulse Primair Onderwijs

Uitgever: Neuropsych Publishers
Nederlandstalig
48 pagina’s
ISBN: 90-77875-04-2

Leer het brein kennen

‘Leer het brein kennen’ en ‘Brain Lessons’

In 2006 heeft Neuropsych Publishers het boek ‘Learning to know the brain’ (download pdf) uitgebracht, geschreven door Jelle Jolles en leden van de landelijke commissie Hersenen & Leren.

Uitgever: Neuropsych Publishers
Engelstalig
58 pagina’s
ISBN: 978-90-75579-32-1

Brain lessons

‘Leer het brein kennen’ en ‘Brain Lessons’

In 2006 heeft Neuropsych Publishers het boek ‘Learning to know the brain’ (download pdf) uitgebracht, geschreven door Jelle Jolles en leden van de landelijke commissie Hersenen & Leren.

Proefschriften Hersenen en Gedrag

Naast Ellis en het verbreinen heeft Neuropsych Publishers tussen 2000 en 2010 meer dan veertig andere titels uitgebracht. Het gaat hierbij om proefschriften van promovendi die zijn gepromoveerd aan het Onderzoeksinstituut Hersenen & Gedrag van de Universiteit Maastricht en in de afdeling Educational Neuroscience en het Centrum Brein & Leren (onderzoeksinstituut LEARN!) van de Vrije Universiteit Amsterdam.

De volledige lijst met publicaties vindt u op de dissertaties pagina (of download het CV hier).

Wilt u een proefschrift bestellen?
Mail dan naar j.jolles@vu.nl of vul het contactformulier in op deze website waarna u spoedig een reactie van ons kunt verwachten.

School performance in adolescents: an educational neuropsychology perspective.

Op 11 december 2012 promoveerde Annemarie Boschloo op schoolprestaties bij adolescenten vanuit onderwijsneurowetenschappelijk perspectief. Hiermee heeft zij de kennis over de neuropsychologische mechanismen die relaties met schoolprestaties kunnen verklaren, vergroot. Zowel scholen, ouders als leerlingen zelf kunnen hier hun voordeel mee doen.

Sekseverschillen, ontbijt en slaap zijn allemaal invloedrijke factoren van individuele verschillen in schoolprestaties van adolescenten.
Leerlingen die regelmatig hun ontbijt overslaan, presteren minder goed op school dan leerlingen die elke dag ontbijten. Dat geldt zowel voor jongens als voor meisjes, gedurende de gehele adolescentie. Dit heeft voor een deel te maken met aandachtsproblemen bij niet-ontbijters.
Leerlingen die goed slapen en zich niet slaperig voelen, kunnen zicht beter concentreren, kunnen beter plannen en zijn minder impulsief dan leerlingen die slecht slapen of zicht slaperig voelen. Bij jongens heeft slaperigheid een groter effect op hun prestatie op taal dan bij meisjes.

Changing Choices: a neurocognitive examination of decision-making during adolescence

Een proefschrift van Nikki Lee over keuzegedrag bij adolescenten, waar zij op 9 november 2012 op promoveerde. Zij deed onderzoek naar het vaak impulsieve en risicovolle keuzegedrag van adolescenten en het proces van leren kiezen, want keuzegedrag verandert gedurende de adolescentie, zo blijkt.

“Hoe háál je het in je hoofd!” hoor je die ouder of docent nog roepen. Adolescenten maken soms keuzes waar volwassenen niets van begrijpen.
Jonge adolescenten blijken vooral te kiezen voor de korte termijn beloning en kunnen geen goede inschatting maken van wat op de langere termijn van persoonlijk voordeel kan zijn. Dit trekt later in de adolescentie wel bij. Leerlingen die in staat zijn te kiezen voor een uitgestelde beloning, hebben betere cijfers, vooral als er sprake is van een hoge leermotivatie.
Bovendien beslissen adolescenten met een hogere impulscontrole vaak rationeler dan zij met een lagere impulscontrole. Meisjes maken rationelere, intuïtievere beslissingen dan jongens.
De adolescent laat zich bij zijn keuzegedrag beïnvloeden door de sociale informatie die hij over iemand heeft, ook als deze informatie niet klopt. Naarmate de adolescenten ouder worden, zijn ze beter in staat om het beeld dat zij aanvankelijk van iemand hadden, aan te passen als ze nieuwe ervaringen met die persoon hebben opgedaan.

What Counts? Cognitive Development and Arithmetical Performance. The Role of Child- and Environment-Related Factors.

Rosa Marten, die met dit proefschrift op 18 oktober 2012 promoveerde, bestudeerde de ontwikkeling van rekenkundig presteren in relatie tot cognitieve ontwikkeling en kind- en omgevingsfactoren. Zij onderzocht hoe individuele rekenkundige vaardigheden zodanig gestimuleerd kunnen worden dat elk kind zijn maximale potentie op dit gebied bereikt.

Bijna alle kinderen hebben de potentie om wiskundig te leren denken. Toch zijn rekenen en wiskunde de laatste jaren steeds meer het zorgenkindje in het onderwijs geworden. Steeds minder leerlingen kiezen voor wiskundige vakken omdat ze (denken dat ze) hier niet goed in zijn. Dit heeft als direct gevolg dat de maatschappij een ernstig tekort heeft aan technisch opgeleid personeel. En ook bij prestaties op rekenen en wiskunde raken Nederlandse kinderen steeds meer op achter bij andere landen. De ontwikkeling van rekenkundige en wiskundige vaardigheden bij kinderen moet daarom al op jonge leeftijd onder de loep genomen worden.
Dit is precies wat Rosa Martens heeft gedaan. Zij toonde aan dat er sekseverschillen in rekenvaardigheden bestaan, maar dat deze afhankelijk zijn van de leeftijdsgroep en het prestatieniveau dat bestudeerd wordt: bij kinderen die op hoog niveau presteren, doen jongens het beter dan meisjes bij wiskunde. Op laag niveau is dit onderscheid er niet.
Als ouders thuis meer spelletjes met cijfers en letters doen, boeken lezen met hun kinderen en de kinderen naar educatieve TV programma’s kijken, heeft dit allemaal effect op de cognitieve vaardigheden en de rekenvaardigheid van het kind. En als jonge kleuters getraind worden op conceptueel redeneren, verbetert dat hun verbale voeiendheid terwijl wanneer oudere kleuters getraind worden op strategische organisatie hun werkgeheugenprestaties omhoog gaan. Verder liet dit omvangrijke proefschrift o.a. ook zien dat kleuters al in staat zijn tot hogere orde cognitief functioneren.

Cognition and the Middle-Aged Brain: Functional MRI studies examining demand, fatigue and caffeine effects.

Met behulp van functionele MRI, waarmee de hersenactiviteit bij leer- en geheugenprocessen nauwkeurig in kaart kan worden gebracht, laat Elissa Klaassen zien dat de hersenen al op middelbare leeftijd verouderen.

Cognitieve achteruitgang en vergeetachtigheid horen bij het ouder worden. Hoewel we dit vooral bij ouderen waarnemen, begint het verouderingsproces achter de schermen echter (veel) eerder dan we denken. Cognitieve veranderingen bij ouderen van 60+ zijn al veel onderzocht maar bij volwassenen van middelbare leeftijd is dit nog weinig gebeurd. Deze laatste groep zit juist in een levensfase van een piekende carrière, met pittige intellectuele uitdagingen. Hoezo cognitieve achteruitgang?
Wanneer een volwassene van middelbare leeftijd een cognitieve taak uitvoert lijkt er wellicht aan de buitenkant niets opvallends op te merken en ook zijn de prestaties naar verwachting. Toch blijkt dat er onderliggend, op het niveau van neurale netwerken, wel degelijk veranderingen waarneembaar zijn, bijvoorbeeld in de vorm van neuronale compensatie, waarbij er meer hersengebieden worden ingezet om tot dezelfde cognitieve prestatie te komen. Hierbij komt ook cognitieve vermoeidheid om de hoek kijken, wat zichtbaar is in de hersenen.
Deze veranderingen zijn blootgelegd door Elissa Klaassen die op 24 september 2012 op dit onderwerp promoveerde. Met behulp van functionele MRI, onderzocht zij jonge docenten van 25-35 jaar en docenten van middelbare leeftijd van 50-60 jaar oud. Zij bracht hierbij niet alleen neurale bevindingen in kaart, maar ook de cognitieve vermoeidheid die bij volwassenen op middelbare leeftijd eerder intreedt, en het effect dat cafeïnegebruik in de vorm van koffiedrinken daar op heeft.

Het rapport leerlijn

Het rapport ‘LEERLIJN. Brugklassers en hun mentoren over school’ van Jelle Jolles, Wietske Idema, Anneleen Post en Karin van der Heyden werd in een beperkte oplage uitgebracht in juni 2011. Een aangepaste en uitgebreide publieksversie wordt uitgebracht in het voorjaar van 2013 door Neuropsych Publishers. Een korte samenvatting:

Het project LEERLIJN is een grootschalig onderzoek naar de vaardigheden, beleving, motivaties en de sociale omgeving van jongeren in de eerste klas van het vmbo, havo en vwo. In het project zijn factoren in kaart gebracht die bepalend zijn voor een goede of minder goede ontwikkeling van leerlingen. Het doel was om de onderwijspraktijk te kunnen helpen om jongeren (nog) meer te kunnen steunen, sturen en inspireren. Er is gewerkt met tien scholen (102 brugklassen) met in totaal 2215 brugklassers en hun mentoren. Enkele belangrijke bevindingen zijn:

  • Tachtig procent van de leerlingen zou graag extra ‘doevakken’ volgen op school
  • Meisjes gaan liever naar school dan jongens
  • Meer meisjes dan jongens vinden zichzelf een goede lezer, jongens vinden zichzelf juist beter in ruimtelijk inzicht
  • Een derde van de leerlingen zegt dat ze het op school beter zouden kunnen doen dan ze nu laten zien
  • Bijna 90% van de leerlingen vinden dat ze genoeg tijd besteden aan huiswerk
  • Jongens zijn ‘s ochtends vaker slaperig dan meisjes
  • Brugklassers willen een begripvolle en inlevende leraar.

Het rapport ‘Het eerste jaar hbo’

Het rapport ‘Het eerste jaar hbo: wie krijgt het voor elkaar’ van Marije Nije Bijvank, Lieke Woelders en Jelle Jolles is geproduceerd door het Centrum Brein & Leren en de Hospitality Business School (HBS) van Saxion hogeschool in juni 2012. Het is uitgekomen in een beperkte oplage en zal in het voorjaar van 2013 beschikbaar komen als aangepaste publieksversie via Neuropsych Publishers. Een korte samenvatting:

De studie had betrekking op een groot onderzoek onder 301 eerstejaars hbo studenten van Saxion over de jaren 2010 en 2011. Het onderzoek concentreerde zich op de neiging tot uitstelgedrag. Ook werden de hogere cognitieve functies bestudeerd: de aandacht, planning, zelfevaluatie, zelfregulatie en de vraag wat de studenten vanuit huis hebben meegekregen. Van de onderzochte groep studenten is 28% man en 72% vrouw. Vrouwen stellen hun studiegedrag minder vaak uit dan mannen. Ze hebben hier ook profijt van; ze behalen meer studentenpunten dan seksegenoten die wel op de ochtend voor de toets de boeken nog eens openslaan. Opvallend is dat er voor mannen geen verband is tussen uitstellen en studievoortgang.
De succesvolle eerstejaars hbo student blijkt studeren niet uit te stellen en scoort goed op hogere cognitieve functies, met name het houden van de aandacht. In hoeverre de ouders van de student wel of niet hebben gestudeerd, is niet van invloed op de studievoortgang.

Zaken als impulscontrole, zelfevaluatie en – regulatie, planning en initiatief name en aandacht hebben wel invloed op de studievoortgang. Eerstejaars studenten die de aandacht erbij kunnen houden en in staat zijn tot zelfevaluatie en –regulatie behalen meer studiepunten. Het meer beheersen van deze hogere cognitieve functies is vooral voor de jongere eerstejaars (17 en 18 jaar) belangrijk voor studievoortgang. Voor planning en initiatiefname geldt dat er slechts in zeer beperkte mate een invloed op het verloop van de studie.
Naast de factoren van studiesucces is tevens ‘studieloopbaanbegeleiding in een nieuw perspectief’ en ‘student en onderzoek in het hoger onderwijs’ onderzocht. Samen met de vragenlijst onder studenten geeft het onderzoek antwoord op vragen over de ‘lerende student’; een onderzoekslijn van het Centrum Brein & Leren.